Corona-oorlog: Schuilen of helpen?

kinderopvanggaatdoor

Ik heb me altijd afgevraagd wat ik zou doen als ons land in een oorlogssituatie terecht zou komen. Zou ik onderduiken met mijn gezin, vluchten of de wapens oppakken? Nu het hele land in een Corona-crisis terecht is gekomen stel ik mezelf opnieuw de vraag.

Wegduiken

Jarenlang heb ik gedacht dat ik me zou verstoppen totdat de oorlog voorbij zou zijn. Wat zou me nou aan mij hebben behalve als kanonnenvoer? Ik ben niet de sterkste en ook niet altijd de handigste. Politiek gezien ben ik nog niet eens een lichtgewicht. Nee, ik zou wegduiken. Ervoor zorgen dat ik en mijn gezin veilig zouden zijn. Vluchten naar een plek weg van de oorlog. Jarenlang de pispaal zijn in je jeugd, het pestobject, doet dat met je zelfvertrouwen.

Sterker dan ik was

Nu ben ik sterker. Sta veel meer mijn mannetje, maar ik weet ook dat dit nooit zo sterk zal zijn als een heel stel leeftijdsgenoten. Mannen die gedisciplineerd hun schema in de sportschool afwerken en daarmee een stuk fitter zijn. Meer uithoudingsvermogen. Dat red ik niet met mijn Pokémon Go wandelingetjes. Maar toch, ik voel me sterker dan ik was. Mentaal. Meer een mentaliteit van ‘als het komt, komt het’. Wil mijn gezin beschermen zoals het kan.

Vechten tegen COVID-19

Nu is het geen echte oorlog, maar een virus dat door de wereld raast. We zijn in gevecht met Corona. Met z’n allen tegen één. Oké, bijna met z’n allen, want er zijn genoeg hufters die er lekker op uit gaan. Van die idioten die denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het is niet voor niks dat de regering nieuwe maatregelen heeft getroffen en er meer restricties zijn opgelegd. Dit virus moet bestreden worden en dat vraagt opofferingen.

Vluchten of helpen?

Ik vroeg het me deze week weer af: vluchten of helpen? Een deel van me wilde thuisblijven. Zorgen voor Chantal en de kinderen. Twee uit ons huishouden vallen door astma in de risicogroep. Het andere deel ging plichtsgetrouw naar het werk. Kinderen opvangen van mensen die echt geen mogelijkheid tot opvang hadden. Ik en mijn collega’s waren deze week een radertje in de zorgverlening waardoor zieke mensen geholpen konden worden (al vroeg ik me in sommige gevallen ook wel af of de opvang terecht was). Afgelopen vrijdag kwam er een interne memo dat de buitenschoolse opvang waar ik werk een noodlocatie zou worden. Een plek die zeven dag in de week, vierentwintig uur per dag, opvang biedt aan kinderen waarvan de ouders in de zorg moeten werken. Zodat ook ’s nachts het werk in de ziekenhuizen kan doorgaan.

Laf?

Daar was zo’n keuze. Mezelf opgeven voor deze diensten of niet? Mijn collega’s dit laten opknappen of ook mijn extra steentje bijdragen. Vluchten of helpen? Daar verbaasde ik mezelf. Ik koos voor helpen en niet voor laf wegduiken. Iets wat ik ook had kunnen doen. Ik zou het laf van mezelf hebben gevonden omdat ik op dit moment gezond ben en er heel wat mensen in een ziekenhuisbed aan het vechten zijn om dezelfde vrijheid weer te hebben zoals ik die nu heb.

Een klein radertje

Nadenkend over mijn mogelijkheden kreeg ik een gedachte aan mijn opa. Hij zat in de oorlog in het verzet. Niet aan het front, maar op allerlei manieren mensen helpen waar hij kon. En hoewel ik de details ervan niet ken, de verhalen eigenlijk nooit echt goed gehoord heb, dit hielp mij bij het overhalen om te doen wat mij juist lijkt; een radertje zijn in het zorgstelsel dat Nederland nu op de been moet houden. Wie weet zijn die paar nachtdiensten die ik ga draaien net dat moment dat een bso-ouder het leven van een patiënt red.

Ik ben er voor jullie

Deze keer schuil ik niet. Ik sta er totdat het niet meer gaat, niet meer mag. Zorgpersoneel, ik sta er voor jullie met slechts een kleine bijdrage.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Nou kleine bijdrage? Ik vind élke bijdrage hor dan ook…GRÓÓTS.
    Het is ook niet niks wat er gebeurt. Het is geweldig dat je mensen kan en mag helpen in noodsituaties.
    Ik ben in ieder geval trots op je. Je doet goed werk, net zoals iedereen die mensen helpen op zijn of haar eigen wijze. Mijn vader, JOUW opa, heeft veel over alles verteld. Ook hij was een rader in het grote geheel.
    Daar ben ik ook trots op, net zo trots dat jij mijn zoon bent.Je bent samen met andere collega’s TOPPERS.
    Heel veel sterkte en moed in deze moeilijke tijd.
    En dank je wel van een trotse vader.