De papa van: Maarten

De papa van Maarten

Als man en als vader kan ik naar een heleboel personen kijken hoe zij hun kinderen opvoeden. Degenen die mij het eerste voorbeeld gaven zijn mijn ouders. Als papa kijk ik vooral ook naar mijn eigen vader. Hoe pakte hij het aan als hij thuis was en wat probeerde hij me mee te geven? Ik vertel het in een nieuwe ‘De papa van’.

Billen bloot

Na een heel stel verhalen van gastbloggers wordt het eens tijd dat ik ook eens het toetsenbord erbij pak voor deze rubriek. Het is wel zo eerlijk als je anderen van alles vraagt om zelf ook met de billen bloot te gaan. Hoewel het niet de eerste keer zal zijn dat ik over mijn eigen vader zal schrijven, ben ik toch benieuwd wat er uit komt aan de hand van Papa’s wereld vragenlijst.

Deels traditionele rolverdeling

Ik zeg wel eens als grapje dat ik een best saaie jeugd heb gehad. Mijn ouders zijn niet gescheiden en we zijn nooit verhuisd. Ik was kind in een stabiel gezin met een traditionele rolverdeling. Mijn vader werkte en mijn moeder was thuis om voor ons en het huishouden te zorgen. Zij bracht ons naar school en zorgde voor het eten. Op de ene vrije dag in de week die mijn vader had ging hij niet met de voeten omhoog zitten met een krantje in de hand. Hij hielp gewoon mee met stoffen en stofzuigen. Als hij er niet zelf aan dacht, dan werd hij er wel aan herinnerd. Voor het eten schilde hij altijd de aardappelen, maakte de spruiten schoon en dopte de boontjes. De tuin was helemaal zijn terrein. Een steentje bijdragen in het huishouden was voor hem totaal geen probleem.

Samen doen

Mee naar sport gaan, ik en mijn broer speelden korfbal, was totaal niet zijn ding. Géén sportliefhebber en van wedstrijden wordt hij nerveus. Kan het echt niet hebben als hij verliest bij een spelletje (al zal hij dit ontkennen). Bij een kampioenswedstrijd wilde hij er nog wel eens bij zijn. Wat we wel samen deden was achter het keyboard zitten. Om tot rust te komen speelde hij, met koptelefoon op, van allerlei nummers die op het koor waar hij bij zat gezongen werden. Ik kroop dan regelmatig bij hem op schoot en drukte van allerlei willekeurige toetsen in. Fietstochten waren ons ook niet vreemd en daar beleefden we dan ook veel mooie momenten.

Eftelingvirus

Op een bepaald moment kreeg het Efteling-virus mij te pakken. Dagelijks zocht ik op internet nieuwtjes op en ik begon een eigen site over Laven. Nadat ik kennismaakte met een mailinglist van Eftelingliefhebbers nam het een complete vlucht. Samen met mijn vader ging ik naar een meeting toe. Alleen gaan vond ik toch echt wat te spannend. Vanaf dat moment kregen we allebei de smaak te pakken. Het jaar erna hadden we dan ook beiden een abonnement en gingen we een flink aantal keer per jaar. Omdat mijn vader slecht ter been was door fibromyalgie, nam ik hem mee in de rolstoel. Met de vriendengroep die toen ontstond gingen we meerdere pretparken in binnen- en buitenland af. Nadat ik mijn rijbewijs haalde ging dat nog makkelijker, want dan hoefden we niet meer met de rolstoel in de trein.

We lijken wel op elkaar

Qua karakter zijn mijn vader en ik best hetzelfde. We zijn emotionele types die het niet erg vinden te huilen bij een film. Onze humor is behoorlijk gelijk, al kan die van mij soms iets harder zijn. Denk dat dit ook komt door de tijd waarin we zijn opgegroeid.

Het zorgzame zit ook in ons beiden. Als een andere het naar de zin heeft is het goed en daarin schieten we onszelf wel eens goed voorbij. De grens die ons lichaam aangeeft negeren we, al leren we dat beiden steeds beter. Wat we beiden als nadeel hebben is dat we ons hard inzetten voor het werk. Deels is dat goed, maar we schikken ons te vaak naar de wensen van collega’s en nemen diensten over als we daar eigenlijk helemaal geen zin in hebben.

De creatieve kant is ons pluspunt. Samen op pad om te schminken, totdat hij het niet meer kon. Tekenen aan tafel of aan de slag met de schroefboor. Zelfs schrijven heb ik niet van de vreemde.

Opa Huub

Opa Huub, zoals mijn kinderen hem noemen, is niet veel anders dan papa Huub. Het grote verschil is dat hij niet meer werkt en in die zin meer tijd heeft om te spelen. Hij kijkt nu anders naar me en ziet hij ik mijn kinderen probeer op te voeden. Misschien dat hij het niet overal mee eens is, maar dat is iets wat hij wel probeert te accepteren. Soms is het voor hem best lastig als ik een grens aan geef, de rollen zijn dan omgedraaid. Trots is hij zeker op mij, Chantal en de kinderen. Daar is geen twijfel over. De lezers van papa’s wereld zullen zijn reacties op mijn blogs vast niet ontgaan zijn.

Nog lang samen

De toekomst met mijn vader duurt hopelijk nog heel lang. Hopelijk kunnen we nog samen in de achtbaan in pretparken waar we nog nooit zijn geweest. Wie weet wel samen met mijn jongens. Of dit heel realistisch is weet ik niet. De fibromyalgie en kwaaltjes die horen bij de leeftijd, zorgen ervoor dat een rit in de achtbaan steeds pijnlijker worden. Samen nog een keer naar Europapark gaan, een flinke trip, is iets wat we beiden helemaal geweldig zullen vinden. Nee, een leven zonder mijn vader moet ik echt nog niet aan denken.

Dit is één van de verhalen uit een wekelijkse serie. Elke zaterdag verschijnt er een nieuwe ‘De papa van‘ waarin telkens een andere schrijver verteld over de band met zijn of haar vader. Wil jij jouw verhaal over je vader ook delen, neem dan contact met ons op. We sturen je dan een vragenlijst die je kunt gebruiken als handleiding tijdens het schrijven.

Schrijver: Papa's wereld

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  • Zit ik verdorie weer met tranen in de ogen. Wat ben ik toch een emotioneel portret.
    Maar wat Maarten schrijft is wel waar. We lijken op elkaar…nou ja…op elkaar?
    Ik met een bijna kale kop en hij met weelderig haar en een baardje.
    Ik met een dikkere buik en Maarten ’n stuk slanker. Maar goed, dat zal hij vást niet bedoelen.
    Ja, inwendig lijken we wel op elkaar zoals hij beschrijft de humor, de achtbanen, genieten van
    de kinderen- en kleinkinderen. Een leven zonder kinderen…ik moet er niet aan denken.
    Een leven zonder kleinkinderen, schoondochters die ik ook tot m’n kinderen reken…ik moet er niet aan denken.Ze zijn voor mij allemaal even waardevol en uniek.
    Lieve Maarten je hebt het mooi geschreven.