De kinderopvang staakt en ik geef ze groot gelijk!

kinderopvang staking, staking, kinderopvang, werkdruk, pedagogisch medewerker

Als er ook maar één beroepsgroep is waarin weinig wordt gestaakt, dan is het de kinderopvang wel. Niet dat er geen onvrede is over het werk, maar de meeste groepsleid(st)ers willen het probleem niet bij de ouders leggen. Staken betekent namelijk dat de kinderen geen opvang krijgen die dag. Toch staat er vandaag een grote groep pedagogisch medewerkers met spandoeken en borden op het malieveld om aandacht te vragen voor de hoge werkdruk in de kinderopvang. Zelf ervaarde ik deze druk ook totdat ik afgelopen maand stopte in de kinderopvang. Ik geef ze dus groot gelijk dat ze nu staken. In deze blog vertel ik waarom er gestaakt moet worden en waarom ik de eerste stakingsdag niet mee deed, maar deels wel wilde.

Verschil in problemen kinderdagverblijf en bso

Voordat ik verder ga met mijn verhaal, wil ik eerst duidelijk maken dat er een verschil is in de problemen tussen de kinderdagverblijven en de buitenschoolse opvang. Stiekem is dat verschil heel klein en komen er veel zaken overeen. Bij een kinderdagverblijf ben je als pedagogisch medewerker een hele dag aanwezig, van ’s morgensvroeg tot laat in de middag of avond. In de buitenschoolse opvang ben je slechts een paar uurtjes aanwezig en heb je vaak te maken met hele kleine contracten. De werkdruk die er bij beide categorieën is, die verschilt. Dit heeft vooral te maken met de zelfstandigheid van de kinderen zelf. In de buitenschoolse opvang kunnen kinderen zich naast de aangeboden activiteiten prima vermaken, terwijl op het kinderdagverblijf een constante stroom aan huishoudelijke en verzorgende taken staat te wachten. Maar waar liggen de problemen dan echt? Ik zou zeggen, lees verder.

De problemen op een bso

Kleine contracten

Van deze werkvorm kan ik uit eerste ervaring de problemen vertellen. Zelf was ik in de gelukkige omstandigheid dat ik met 23 uur een erg groot bso-contract had. Dat betekende voor mij een redelijk inkomen waarmee ik mijn gezin voor een groot deel kon onderhouden. Veel pedagogisch medewerkers die op een buitenschoolse opvang beginnen, krijgen een contract voor maximaal 9 uur in de week. Dat is niet echt veel en de kans om meer uren te draaien is er vaak niet. Op maandag, dinsdag en donderdag worden de meeste kinderen opgevangen. Voor de woensdag en vrijdag is er dan ook een heel stuk minder groepsleiding nodig. Heb je een diploma waarmee je ook op een peutergroep of op het kinderdagverblijf mag werken, dan kun je de mazzel hebben om een combinatiecontract te bemachtigen om zo toch wat meer uren binnen te slepen.

Weinig uren, maar veel taken

Een middagje buitenschoolse opvang draaien duurt niet lang. Drie, maximaal vier uurtjes op een dag sta je op de groep. In die tijd haal je de kinderen van school, houd ze bezig met activiteiten, lost ruzietjes op, doet een afwas, schilt fruit en deelt koekjes uit, strikt een veter, helpt een kind met aantrekken van de skeelers, veegt een kont af of verwisselt kleding omdat er in de broek gepiest is, plakt een pleister, houd een lijstje bij van kinderen die op de spelcomputer mogen, helpt dat ene kind met wat huiswerk, probeert een stuk speelgoed te repareren, speelt voor politieagent, troost dat ene kind dat mama mist, rent achter een ander kind aan dat via het hek probeert te ontsnappen richting huis, brengt een kind naar de judoles en de ander naar dansles en en en… dat allemaal in die korte tijdsperiode waarin je ook nog eens elk kind ‘gezien’ moet hebben en er wat van moet kunnen opschrijven. Laat dat laatste er nu meestal gewoon bij inschieten. Dan hebben we het nog niet eens over de activiteitenvoorbereiding, kindbespreking, vergaderingen en cursussen die je tussendoor nog doet, maar die niet ingeroosterd staan.

Groot verloop pedagogisch medewerkers buitenschoolse opvang

Direct voortvloeiend uit het probleem van de kleine contracten is het grote verloop van personeel. Veel startende groepsleiding zijn studenten die net klaar zijn op hun opleiding of nog aan het studeren zijn. Werken in de buitenschoolse opvang is een goede plek om ervaring op te doen en een leuke aantekening te hebben op je CV. Maar, het betaalt je rekeningen en studieschuld niet af. De bso wordt dan ook vaak gezien als een tussenstation terwijl er gezocht wordt naar een goede passende baan. Als ik kijk naar mijn ervaring op een van de locaties waar ik gewerkt heb, dan kan ik je vertellen dat ik in vijf jaar tijd maar liefst dertien groepspartners gehad heb. Stuk voor stuk begonnen ze veelbelovend om uiteindelijk toch van start te gaan in een andere baan waarvoor ze opgeleid waren. Dit verloop is voor de vaste medewerkers een enorme druk. Telkens als je iemand ingewerkt hebt, kun je de volgende alweer gaan inwerken. Dit heeft gevolgen voor de taken die je moet doen naast het verzorgen van de kinderen. Die taken blijven al snel liggen. Steeds een nieuwe collega kan demotiverend werken, want zodra je weer een nieuwe collega krijgt denk je al snel ‘hoe lang gaat deze het uithouden?’.

De ene invaller na de ander

De werkdruk zorgt ervoor dat er collega’s uitvallen. Overspannen thuis zitten, ziek worden of simpelweg een andere baan gaan zoeken. Nieuw personeel is niet snel gevonden en dus sta je al snel met een mannetje/vrouwtje minder op de groep. Aan de roostermaker de taak om een inval te regelen. Daar ligt dus een probleem, want de andere locatie heeft ook een inval nodig, want daar zijn niet één maar twee pedagogisch medewerkers afwezig. Die locatie krijgt dus voorrang, maar toch staan beide locaties met een leiding te weinig op de groep volgens de richtlijnen van de GGD. Voor de vaste medewerkers is het frustrerend om telkens een nieuwe invaller in te moeten werken op de groep, daar is simpelweg de tijd niet voor. Voor de continuïteit bij de kinderen is het belangrijk dat zij telkens dezelfde gezichten zien waardoor zij zich op de groep veilig kunnen voelen. Telkens andere leiding haalt die psychologische veiligheid weg. Soms zelfs de lichamelijke veiligheid, want een invaller weet niet dat Jantje suikerziekte heeft, Cindy problemen heeft met hemoglobine en dat Faysal geen gluten mag eten. Wat dacht je van Tim die niet aangeraakt wilt worden als hij boos is omdat hij anders agressief uit de hoek komt?

Waarom ik destijds niet staakte

Terwijl ik nog werkte in de buitenschoolse opvang begonnen de eerste stakingen. In mijn hart wilde ik eigenlijk wel meedoen, maar er waren enkele redenen die mij tegenhielden:

* Staken is op eigen kosten. Die dag ontvang je geen loon, tenzij je aangesloten bent bij de vakbond die je gedeeltelijk compenseert.
* Door de coronasluitingen hadden ouders al heel veel opvang zelf moeten regelen voor hun kinderen. Door te staken zou ik ze weer met een probleem opzadelen waarbij ze op zoek moeten gaan naar opvang of wederom een vrije dag opnemen. Niet iedereen kan thuiswerken.
* Ik wist al dat mijn contract zou gaan eindigen. Staken zou mij uiteindelijk niets maar gaan opleveren. Ja, ik weet het, een egoïstische reden.
* Door te staken liet ik mijn collega’s in de steek. Niet iedereen zou gaan staken en dat betekende weer een leiding minder op de groep aangezien er voor deze stakingsdagen al teveel invallers nodig zijn.

Er komen nog meer problemen aan: gratis opvang

De huidige problemen in de werkdruk gaan alleen nog maar groter worden. Er zijn plannen om gratis kinderopvang aan te gaan bieden volgens het regeerakkoord tussen VVD en D66. Althans, de plannen zijn er. Maar…. waren halen ze al die pedagogisch medewerkers vandaan als we ze nu al niet eens bij elkaar weten te krijgen en er dagelijks groepen draaien met te weinig mensen? Als er nu al een wachtlijst is, hoe groot zal die wachtlijst straks gaan worden? Dan hebben we het nog niet eens gehad over de huisvesting. Waar halen we al die ruimtes vandaan om de kinderen op te vangen. Leuk feitje: in een schoolklas mogen 30 leerlingen zitten, maar datzelfde lokaal is voor de buitenschoolse opvang slechts geschikt voor 20 kinderen en dan moet de inrichting ook nog eens heel anders. We hebben dus 3 grote problemen: personeel, wachtlijsten en groepsruimte. Hoe denkt het kabinet dit te kunnen oplossen? Het lijkt mij niet dat je even snel wat locaties erbij uit de grond stampt. Meer kinderen betekent overigens ook meteen minder individuele aandacht waar het nu eigenlijk al aan ontbreekt op een reguliere opvangmiddag.

Ik weet zeker dat het heel lastig gaat worden om werken in de kinderopvang aantrekkelijk te maken. Het heeft het imago van ondergewaardeerd worden en een betaalde oppas zijn. Zelf heb ik het (bijna) altijd graag gedaan ondanks de werkdruk, maar toch, ik ben blij dat ik de stap genomen heb om na 13,5 jaar een carrière switch te maken.

De kinderopvang staakt en ik geef ze groot gelijk!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *